“Huren is bijna een wedstrijd, koopmarkt is gezonder”
WEVELGEM • De vastgoedmarkt in Wevelgem staat onder hoogspanning. Vooral de huurmarkt kent volgens makelaar Fries Blancke van Habitat ongeziene taferelen. “Er zijn momenten dat we tot 100 kandidaat-huurders hebben voor één woning”, vertelt hij. “De vraag overstijgt het aanbod zodanig dat de huurprijzen vlot richting 1.000 euro gaan.”
Volgens Blancke is het tekort aan kwalitatieve huurwoningen de belangrijkste oorzaak. “We zien veel mensen die op zoek zijn naar degelijke gezinswoningen of appartementen, maar het aanbod blijft achter. Eigenaars die een huurpand hebben, zien hun woning in geen tijd verhuurd, vaak nog boven de vraagprijs.”
De populariteit van Wevelgem als uitvalsbasis is volgens de makelaar logisch te verklaren. “Wevelgem is een metegemeente, dicht bij Kortrijk en met een uitstekende bereikbaarheid. Tegelijk is het hier nog net iets rustiger en betaalbaarder dan in de stad.”
Op de koopmarkt is de situatie iets genuanceerder. “Over het algemeen worden woningen nog vrij vlot verkocht”, zegt Blancke. “Zeker instapklare woningen of woningen met een goede ligging blijven populair en worden vaak snel verkocht.”
Toch merkt hij dat er meer onderhandeling nodig is dan pakweg twee jaar geleden. “Voor woningen waar nog werk aan is, merken we dat verkopers hun prijsverwachtingen soms moeten bijstellen. De kopers zijn kritischer geworden en hebben opnieuw wat meer keuze, waardoor er stevig onderhandeld wordt.”
Habitat begeleidt verkopers actief in dat proces. “We proberen realistische verwachtingen te creëren. Uiteindelijk draait het om het vinden van de juiste balans tussen vraag en aanbod, en dat lukt meestal nog goed.”
Toekomstperspectief
Blancke verwacht dat de druk op de huurmarkt nog even zal aanhouden. “Zolang er niet massaal bijgebouwd wordt en het aanbod aan huurwoningen stijgt, blijven de prijzen toenemen.” Wat de koopmarkt betreft, blijft hij voorzichtig optimistisch. “Er is nog altijd veel interesse om in Wevelgem te wonen. Maar de tijd van wild overbieden lijkt voorbij, wat eigenlijk gezonder is voor de markt.”